Het 75e Landjuweelfestival voor het eerst zonder hoofdprijs.

maandag, 7 november 2011
GENT - Het vijfenzeventigste Landjuweelfestival, de hoogmis van het betere amateurtheater, presenteert de Vlaamse liefhebberskunsten wars van alle clichés. En voor het eerst zonder hoofdprijs.

Van onze medewerker

Woensdagavond, even voor tienen in de schouwburg van NTGent, na de voorstelling De intrige. De helft van de goed gevulde zaal applaudisseert, de andere helft wuift naar het podium met beide armen in de lucht. Hand in 't Oog, het Oostendse amateurgezelschap dat de zaal teruggroet met een brede smile, maakt theater met doven en horenden, vanuit de theatrale kracht van gebarentaal. Je juicht hen toe zonder geluid.

‘Het was de laatste, en misschien wel de mooiste voorstelling van de hele reeks', aldus de regisseur Kurt Van Maeckelberghe. ‘Iedereen deed extra zijn best en ook de opbouw ging vanzelf. Normaal moet ik zelf alle materiaal bij de leendienst halen. Hier stonden vijf technici klaar en had ik maar te zeggen wat ik wilde. Heel verrassend.'

Dat is wat het Landjuweelfestival doet: zes amateurproducties van het afgelopen seizoen, geselecteerd om hun artistieke kwaliteit of hun aparte aanpak, een week lang samen presenteren in een professioneel en feestelijk kader.

Naast workshops allerhande is er ook een breed randprogramma met verteltheater, figurentheater en jongerentoneel.

Het is niet altijd zo geweest. Lang was het Landjuweel het speeltje van een selecte schare gezelschappen die elkaar naar de kroon staken voor de grote prijs. ‘Die concurrentie nam soms vrij scherpe vormen aan', zegt Bernard Soenens van Opendoek, het steunpunt voor amateurtheater dat het Landjuweel organiseert. ‘Iedereen liep elkaar koortsachtig voorbij tot de proclamatie, waarbij de ene mocht juichen en de rest zich gekrenkt voelde in zijn status.'

De prijs is afgeschaft, en naast kwaliteit wil het Landjuweelfestival nu vooral een staalkaart bieden van wat het Vlaamse amateurtheater op de plank heeft.

De clichés voorbij

De intrige rekent af met zowat alle clichés die nog steeds rond amateurtheater leven. Kluchten en ander bestoft repertoire? Deze creatie vertrok van de schilderijen van Ensor en vertaalt die naar een dansant surrealisme rond de eettafel.

Schoolmeesterregisseurs die hun acteurs in een keurslijf dwingen? Van Maeckelberghe, die ooit meespeelde in Wolf van Alain Platel, gaf zijn spelers creatieve opdrachten en werkte vanuit hun eigen fantasieën en associaties.

Ons-kent-ons-traditionalisme van onder de kerktoren? Voor De intrige werkte Hand in 't Oog samen met de frisse jongedames van dansgezelschap Cie Phase. ‘Omdat wij spelen vanuit gebarentaal, is dat van nature erg theatraal. Daarom wilden we eens zien wat dans kon bijbrengen', aldus Van Maeckelberghe. Nog een cliché geslecht: amateurs willen wel degelijk vernieuwen, zichzelf uitdagen, de lat hoger leggen.

Alleen de trots van de mama's is dezelfde gebleven. ‘Je moet de voorstellingen van onze Kurt meerdere keren bekijken', leert moeder Van Maeckelberghe de hele zaal bij het nagesprek. ‘Steeds zie je andere dingen!'

De grensverleggende zucht van de groepen op het Landjuweelfestival geldt zeker niet voor het hele Vlaamse amateurtheater. ‘Laat ons zeggen dat zestig procent van de gezelschappen hier geen boodschap aan heeft', aldus Soenens. ‘Zij blijven theater zien als een lokaal avondje amusement, maar hun sociale functie heeft minstens zoveel waarde.'

Crisis

Wel is er de laatste tien jaar veel veranderd, vindt Soenens. ‘Het traditionele verenigingsleven beleeft een crisis. Vrijwilligers binden zich steeds minder voor het leven aan hun engagement. Daarom krijgen vooral de klassiek gestructureerde gezelschappen het moeilijker.'

Daar staat tegenover dat er veel sneller nieuwe groepjes ontstaan, soms zelfs maar voor één productie. Spelers zijn flexibeler geworden, nemen sneller zelf het heft in handen. ‘Vroeger stond bij een ander gezelschap gaan spelen gelijk aan verraad, nu wordt dat meer aanvaard. Niemand is nog veroordeeld tot de groep van zijn dorp. De zelfwerkzaamheid, toch de kracht van amateurtheater, is groter geworden.'

Ook de tijd dat tussen amateurs en professionelen een muur van dédain of argwaan stond, is voorbij. Opendoek wordt meer en meer benaderd door pakweg het Toneelhuis of Malpertuis, om samen een project op te zetten. ‘Ze zijn niet enkel geïnteresseerd in grote casts met amateurs, maar zien ook dat er plezante kruisbestuivingen mogelijk zijn. Net zoals amateurs hun ogen uitkijken over de technische mogelijkheden in theaters, blijken professionals vaak gecharmeerd door het enthousiasme en de dynamiek van amateurs.'

Dat bevestigen Stef Aerts en Matteo Simoni. Beide acteurs van FC Bergman, bekend van films als Adem of Zot van A., zijn bij De intrige uitgenodigd om hun professionele kijk te delen met Hand in 't Oog. Niet toevallig zijn hun ogen vooral gaan blinken bij die ene scène waarin een dove acteur wordt opgetakeld aan de lege lijst van een schilderij.

‘Helemaal iets anders dan wat ik me bij amateurtheater voorstel', zegt Aerts. ‘Je kan allerlei technische opmerkingen geven, maar ze durven duidelijk ambitieus te denken over toneel, en daar gaat het om. Waar je bij amateurtheater vaak een overduidelijke focus op scène krijgt, zie je hier dynamiek op alle vlakken.'

Stress

Ook Aerts als Simoni kwamen tot theater via het liefhebberstoneel. ‘Mijn eerste ervaring was op mijn dertiende, in een Romeo en Julia bij de toneelkring van Kermt', herinnert Simoni zich. ‘Een soap zonder enige fantasie was het.'

Aerts kan nog verder terug. ‘Als kind mocht ik meedoen in een voorstelling met de titel Hoogspanning, bij een gezelschap in Beerse. In een oorlogspakje, met zo'n klakske, moest ik op het einde komen zeggen dat mijn moeder dood was. Elke avond complete stress voor die ene zin, maar ik vond het wel fantastisch.'

Wat Aerts en Simoni zich vooral herinneren uit hun amateurtijd, is de zin en het plezier om met toneel bezig te zijn. Je hoefde het niet te doen, toch deed je het. ‘Zoveel hart en ziel, al dat ongeremde denken, word je soms afgeleerd op de toneelschool', vindt Simoni. ‘Naar die vrijheid van spelen moeten we als professionals meer terug.'

Donderdagnamiddag, in Campo. Tieners van de jongerengroep Bambini uit Retie spelen Titaniekske aan de hand, met de lol die het fout playbacken van Celine Dion altijd oplevert. Het schip waarop ze zitten, zinkt. De dood wenkt. Bambini speelt het orkest: vele jonge stemmen over sterven.

Zou het kunnen dat de opvolgers van Aerts of Simoni zich tussen dit onvervaarde kliekje verbergen? Wat het Landjuweelfestival in elk geval leert, is dat het theater van niemand is, en van iedereen.

Het Landjuweelfestival loopt tot 6 november in Gent.

artikelbron: 
De Standaard